Over Toine Horvers over Tamar de Kemp over Tim Etchells - over theater
Tim Etchells schrijft: hij kijkt naar zichzelf in een spiegel, en beschrijft zo nauwkeurig mogelijk de licht- en donkereffecten die hij ziet van zijn gezicht en schouders - een klassiek busteportret. Zijn beschrijving van zichzelf wordt leesbare tekst. Dichter bij de 'werkelijke' Tim kunnen we niet komen, lijkt het, als via Tim de werkelijkheid zichzelf beschrijft...
Tim kijkt naar de werkelijkheid van de wereld en beschrijft wat hij ziet én wat hij daarvan denkt. Dat is wat een theaterman doet: hij produceert een 'script', een 'libretto' - een aftreksel van de waargenomen werkelijkheid, een abstractie daarvan. Die kan door anderen worden geïnterpreteerd tot een nieuwe werkelijkheid - die van het theaterstuk - en wel steeds opnieuw: hoeveel versies van de Hamlet zouden er zijn? En niet één is de ware, niet een dé waarheid, laat staan de Werkelijkheid zelf.
Tamar de Kemp schrijft ook: zij kijkt door een lens naar Tim's gezicht en schouders (zijn busteportret) en legt met haar camera de licht- en donkereffecten daarop vast met behulp van licht en donker - 'fotograferen' is immers 'schrijven met licht'... Tamar's 'beschrijving' van 'de werkelijke Tim' wordt zichtbaar/visueel beeld.
Het fotografisch beeld heet 'echt' te zijn - maar in hoeverre manipuleert de fotograaf/licht-schrijver het licht waarmee hij werkt, opdat het licht dat hij beschrijft er anders uitziet dan 'normaal'? Opdat dat licht een werkelijkheid geeft die de fotograaf ons wil laten zien?
Ook Toine Horvers schrijft: hij schrijft Tim's tekst over Tim óver Tamar's beeld van Tim heen. Zo werkt hij vaker. Zijn 'overschrijving' wordt een soort tekening, een 'woord-beeld'. Dat kan gelezen én bekeken worden.
Dat 'woordbeeld' gaat enerzijds uit van Tim's beschrijving van zichzelf en anderzijds van het beeld van Tamar, maar tast die ook alle twee aan. In Toine's 'tekening' zijn Tim's woorden niet meer helder afleesbaar en is daarachter ook het beeld van Tamar aan het verdwijnen. Ik kijk, en U kijkt ook: wij zien Toine's 'woordbeeld', dat bekeken kan worden voor wat het is - een 'beeld'. We kunnen het óók lezen, en het begrijpen als een 'script', een 'libretto'. Als kijkers/lezers kunnen wij daarvan zo onze eigen interpretatie maken. Hoe dicht komen we bij de Tim waarmee het allemaal begon: de 'werkelijke' Tim zoals die was toen hij in de spiegel kijkend zichzelf beschreef?
Van déze werkelijkheid, dít script kunnen wij nu onze eigen voorstelling maken... en laten wij die dan ook weer zien? Zie daar: 'theater'.
Guus Vreeburg / Het OOG, Rotterdam
